Menu

Tekst: Hille Takken | Foto: Stephanie Driessen

Leerlingen van vijf scholen werken samen met Het Filiaal theatermakers aan een kunstroute door Hoograven, een wijk met grote sociaal- culturele verschillen. De kinderen op de foto maken theater rond het thema moed.

Oumaima (10)
‘Burgerschap is dat je vriendelijk moet zijn. Dat kun je leren bij theater. Dat als je valt, iedereen je dan helpt. Je mag presenteren aan anderen en aan je ouders. Op het laatst ben je dan echt blij en trots.’

Rosalie (8)
‘Bij theater doe je hetzelfde als de anderen. Je leert daardoor afstemmen. We telden tot vier en dan riepen we allemaal… Hakka, hakka Oetakka!’

Vera (9)
‘Vandaag hadden wij het in de klas over de bruine mensen in Zuid- Afrika. Desmond Tutu loste hun problemen slim op. Of nee, India wilde niet meer bij Engeland horen. Toen gingen ze met zijn allen voor de trein zitten, om de soldaten te blokkeren. Geweldloos verzet.’

Hanna (9)
‘Wat je moet leren om een goede burger te zijn? Als je iets vreemds ziet, de politie waarschuwen. En niet huizen van anderen besproeien met graffiti.’

Wies (9)
‘Mijn twee zussen hadden roze haar en toen wilde ik het ook proberen. Groen is mijn lievelingskleur. Ik vind het leuk om er anders uit te zien. Het is een beetje spannend om de voorstelling buiten te doen, maar het voelt alsof ik mezelf kan zijn. En dit is niet eens mijn eigen school.’

Sofie (8)
‘Een juf mag niet vloeken, dan voelen kinderen zich niet veilig. Soms zegt ze “ga weg” of “ga jij maar naar de kleuterklas”. Ik heb veel gevoelens, dus dat vind ik spannend. Dan moet ik huilen.’

Bart (8)
‘Ik ben moedig en ik ben een doorzetter want ik zit op rugby. Als je pijn hebt en durft te huilen dan ben je moedig. Ik ben niet bang dat andere kinderen mij uitlachen -dat maakt me niks uit. Iedereen is anders.’

Lies (8)
‘Ik ben de jongste van de familie en soms is het spannend met een grote groep mensen die ik niet zo vaak zie, zoals op een feestje. Dan neem ik een knuffel mee en dan denk ik: ”Ik kan het wel” en dat helpt. Als we spelletjes gaan spelen, word ik blij en ben ik niet meer bang.’